Ola Madrid!

Ola Madrid!

Ken je dat gevoel dat je zo blij bent met iets waardoor je het niet luidop durft te vernoemen uit angst dat ze je dan plots gaan vertellen dat het toch niet waar is? Toen ik het nieuws vernam van mijn ploeg dat ik zou starten in de Madrid Challenge (WorldTour, afwachtingswedstrijd van de Vuelta) heb ik een week of twee gezwegen uit schrik. Je weet nooit dat er nog iets zou tussenkomen, toch?

In de dagen voorheen ons vertrek zou ik wel nog de Lotto Belgium tour rijden. Dankzij onze sponsor, hotel La Pomme d’Or in Oudenaarde hadden we een prima uitvalsbasis voor deze koers. In de laatste rit, op vrijdag in Geraardsbergen, besloot ik niet voluit te gaan met oog op de wedstrijd in Madrid op zondag. 2x de Muur en 2x de Bosberg verteren was voor mij in ieder geval te veel van het goede. Ik besloot mezelf niet op te blazen en moest de rol al lossen op de Berendries.
Ploegmaatje Monique verbleef vrijdagnacht bij mij zodat we dan op zaterdagochtend sneller konden afzakken naar Zaventem. Amper hersteld van de Lotto Tour kwamen we in Madrid aan. Terwijl ik anders zo enthousiast ben om een nieuwe stad te bezoeken, zo enthousiast was ik nu om meteen in mijn bed te kruipen. Een dutje tot 19u, eten om 20u en opnieuw in bed om 22u30. Nope, geen tijd om de toerist uit te hangen.

Op zondagochtend begon het dan bij mij, stress! Na een eerste ontbijt ging ik even op de Tacx, om dan nadien terug aan te schuiven voor ontbijt nummer 2 (coureurs kunnen goed eten). Na een korte bespreking trokken we dan met de fiets richting wedstrijd.
Wauw! De straten van Madrid, boulevards, afgesloten voor ons om op te koersen! Tijdens onze verkenning liep er al een massa volk, iets wat je in België gewoon niet meemaakt. De verkenning was een kleine domper voor mij. Want shit, dat gaat hier omhoog? Mijn benen en gevoel zijn al een gans jaar niet wat ze geweest zijn en de minste helling kan dodelijk zijn.

Het startschot werd gegeven en we vertrokken voor een verkenningsrondje. Ik hoorde velen de vraag stellen die ook in mij opkwam: “Is dit een verkenningsronde, zo snel?”. Toen het definitieve startschot gegeven werd voelde je de zenuwen en het geduw. De eerste ronden kon ik mezelf vooraan handhaven, ook al was dat niet het oorspronkelijke plan. Ik had als opdracht om zoveel mogelijk in beeld te komen. Laat nu net de laatste plek in het peloton zijn dat evenveel in beeld komt dan de eerste. Eens ik het gevoel had dat ik het tempo aankon, en een eerste kleine schifting gemaakt was, liet ik mij verder uitzakken tot de laatste positie. Tot mijn grote verbazing kon ik goed volgen en vond ik mezelf minder ‘harken’ dan sommige rensters rondom mij. En ja hoor, daar was de cameraman, die mijn poep goed in beeld bracht. Altijd leuk voor de sponsors (en het thuisfront).

“Still two laps to go” hoorde ik bij het passeren van de streep. Is’t al bijna gedaan?? De wedstrijd was voorbij gevlogen, misschien niet verwonderlijk gezien het tempo van 43.1km/gemiddeld. Op één ronde van het einde kreeg ik in mijn oortje de melding om op te schuiven en Monique te helpen. Op het enige ‘heuveltje’ in het parcours gebeurde het dan, een grote valpartij. Fietsen vlogen langs alle kanten, ik wat ingesloten tegen de hekken. Het peloton ging niet meer stilvallen en ik zou niet meer kunnen aansluiten. Helaas. Achteraf gezien bleek dat ploegmaat Sarah betrokken was bij de val en dat Monique in haar eentje richting sprint trok. Ze kon een mooie 7de plaats behalen, toch knap tussen zulke kanonnen in haar eentje.
Ik kon dus mijn allereerste WorldTour koers starten én uitrijden. Voor de meeste rensters daar een evidentie, voor mij een droom! Ik heb de ‘goesting’ om te koersen terug te pakken en hopelijk kan ik ook nog in de laatste koersjes van het seizoen knallen! Tot op de koers?
Foto’s met dank aan Krist Vanmelle